Liesbeth Blaauw is de dirigent van popkoor Ripa. Liesbeth kwam al vroeg in aanraking met muziek, doordat vader in een amusementsorkest speelde (eerst viool, later saxofoon) en de grootouders van vaderskant een café hadden, waar geregeld orkestjes speelden of de jukebox klonk. Op privé-feestjes musiceerden familieleden op saxofoon, drums, mondharmonica, viool, gitaar, orgel en door meerstemmige zang. In de familie van moederskant was er veel zangkwaliteit, zich uitend in koren en op familieavonden.

Op 13-jarige leeftijd ging Liesbeth, na het leren van zeven tonen, althoorn spelen in een dorpsmuziekkorps. De vingerzettingen boven de noten en een ervaren muzikant die af en toe aanwees, hielpen haar om mee te komen. Bij het oefenen thuis verzon vader een begeleidende melodie. Haar eerste solistenoptreden werd begeleid door een piano. Een wonder. Het muziekstukje werd zo veel mooier en intenser Toen begreep ze wat akkoorden kunnen betekenen.

Na een cursus dirigentslagtechniek werd Liesbeth op haar 18-de dirigent van het jeugdorkest van de vereniging waar ze toen speelde. Deze jeugdleden kregen intussen wel les op de muziekschool. Om theoretisch en speltechnisch te groeien, volgde ook zij deze weg.

Op haar 27-ste begon ze met haar studie hafa (harmonie en fanfare)-dirigent aan het conservatorium in Groningen, met als tweede vak tuba. Beide klassiek.

Door toeval kwam ze met een jazzband in aanraking en zette ze de eerste stappen in de jazzwereld. Het gevoel was er. Zelfstudie en haar opleiding zorgden voor het vervolg. Het blijft een wereld van ontdekken en leren. Maar dat past precies bij het karakter van Liesbeth: nieuwsgierig en enthousiast.

Nu is ze bastubaïste (sousafoon) en contrabassiste. Nog steeds onderzoekend, dienend en sturend, maar vooral liefhebber.

loading
×